Want wie de pens goed voert, bouwt aan geiten die voer beter benutten en langer gezond blijven. Daarmee zijn ze in staat om een hogere productie te realiseren en het bedrijfsresultaat verder te verhogen.
Van rekenen naar begrijpen
Rantsoenen worden steeds nauwkeuriger berekend. Dat is waardevol, maar rekenen alleen maakt een geit nog niet hoogproductief . De echte vooruitgang zit in begrijpen hoe een rantsoen zich gedraagt in de geit. Hoe de pens werkt en hoe we ervoor kunnen zorgen dat de geit in staat is meer voer te verwerken én dit ook nog beter te benutten.
Pensmicroben spelen daarin de hoofdrol. Zij zetten ruwvoer en krachtvoer om in voedingsstoffen waarmee de geit in staat is melkvet en melkeiwit te produceren. Doel is om het rantsoen zo uit te balanceren dat de pensmicroben optimaal gevoed worden. Als die fermentatie onvoldoende verloopt, resulteert dit mogelijk in verteringsproblemen, een lagere voeropname en daarmee een lagere productie. Hiermee blijft er dus voerwinst liggen.
Daarom werken we bij Vitalvé met een vernieuwde manier van rantsoenen berekenen, gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten over pensfermentatie, verteerbaarheid en nutriëntenbenutting. In plaats van alleen te kijken naar de totale voederwaarde van een rantsoen, kijken we nauwkeuriger naar wat er in de pens gebeurt. Welke delen van het rantsoen komen snel beschikbaar? Welke nutriënten worden langzamer afgebroken? Sluiten energie en eiwit goed op elkaar aan? En wordt het rantsoen niet alleen opgenomen, maar ook daadwerkelijk efficiënt benut?
Die wetenschappelijke onderbouwing helpt ons om rantsoenen gerichter te beoordelen en beter te voorspellen waar de geit in de praktijk op gaat reageren. Niet om voeren ingewikkelder te maken, maar juist om scherper te zien welke aanpassing het meeste effect heeft.
Ruwvoer bepaalt de ruimte
Een hoge voeropname begint met ruwvoer dat goed verteerbaar is. Hoe beter de verteerbaarheid, hoe makkelijker de geit blijft opnemen. De verteerbaarheid van ruwvoer kun je niet volledig corrigeren met de rest van het rantsoen. Op papier kunnen de eindwaardes nog kloppen, maar in de praktijk gaat een mindere verteerbaarheid vaak ten koste van opname en benutting.
Daarom is het belangrijk om de basis van het rantsoen, zoals ruwvoer en eventuele bijproducten, zo lang mogelijk constant te houden en te streven naar de hoogst haalbare verteerbaarheid. Iedere overgang vraagt aanpassing van de pensmicroben. Beperk wisselingen dus waar mogelijk en sluit het krachtvoer steeds aan op de actuele kuil of partij ruwvoer.Een standaard aanvulling op wisselend ruwvoer past niet bij maximale opname. Wie resultaat wil halen uit het rantsoen, moet blijven meten, kijken en bijsturen.
Drogestofopname vertelt of het rantsoen werkt
Drogestofopname is een harde graadmeter. Een rantsoen kan op papier perfect in balans zijn, maar als de geit het niet voldoende opneemt, komt de productie er niet uit.
Juist daarom is opnamecapaciteit zo belangrijk bij melkgeiten. Een gezonde pens helpt de geit om meer drogestof te verwerken. Goed verteerbaar ruwvoer, een passende krachtvoeraanvulling en een stabiele energie-eiwitbalans zorgen ervoor dat de pens actief blijft en de geit graag blijft vreten.
Zo wordt drogestofopname meer dan een technisch kengetal. Het laat zien hoe het staat met de pensgezondheid van je dieren.
Kijk verder dan liters
Liters zijn belangrijk, maar ze vertellen niet het hele verhaal. Wie echt scherp wil sturen, kijkt naar grammen vet en eiwit per geit per dag. Deze productie laat samen met je voerefficiëntie zien hoe goed de geit het rantsoen benut.