31-10-2022

Maisoogst 2022

Alle mais is inmiddels geoogst en ingekuild. Nu druppelen de eerste kuiluitslagen binnen. Het is dit jaar erg lastig om een goed beeld te krijgen van de kwaliteit. Er zitten grote verschillen tussen de kuilen die nu al gevoerd worden en elke kuil vraagt om een andere aanpak.

Droogte
Het drogestofgehalte van de mais van 2022 varieert van 34% tot 54%, terwijl het zetmeelgehalte sterk wisselt, van 250 tot 400 g/kgds. Door de extreme droogte in het afgelopen groeiseizoen is de maiskwaliteit erg wisselend. Over het algemeen was er in het voorjaar voldoende water om de plant goed te laten groeien. Maar het werd echt droog op het moment dat de kolf werd gevormd. Dit is een kritieke periode voor de plant. De droogte heeft ertoe geleid dat op sommige plaatsen kolven matig gevuld zijn.

Afrijping
Door het extreem droge weer is ook het afrijpingsproces van de mais anders verlopen dan normaal. Veel mais heeft moeite gehad met het goed afrijpen, waardoor het zetmeelgehalte nogal tegen kan vallen. Terwijl de mais op het eerste gezicht nog redelijk groen oogde en de pitten niet helemaal rijp waren, kwam het drogestofgehalte van de mais toch al gauw boven de 40% uit. Vanbinnen bleek de plant al verder gerijpt dan het uiterlijk deed vermoeden. Bij dit type mais varieert het zetmeelgehalte sterk.

Verteerbaarheid
Omdat de verscheidenheid in maiskuilen zo groot is, kan de reactie van de mais heel wisselend zijn wanneer het wordt geïntroduceerd in het rantsoen. De mais uit sommige kuilen is heel snel verteerbaar, terwijl de mais uit andere kuilen vele malen trager verteert. Dit beïnvloedt het rantsoen enorm. Houd ook het conserveringsproces in de gaten! Het conserveren verloopt over het algemeen trager dan andere jaren. Opvallend is dat de nieuwe mais zelfs na zes weken in een dichte kuil nog steeds warm is (broeit) en nog steeds aan het conserveren is. Let bij snel verteerbare en broeiende mais goed op verzuring. Voeg eventueel uit voorzorg wat extra structuur toe wanneer u begint met het voeren van de nieuwe mais.

Mais inweken
De verteerbaarheid van rantsoenen met ‘taaie mais’ valt tegen. Dit zijn rantsoenen waarvan veel maispitten onverteerd in de mest terechtkomen. Deze verteerbaarheid kan verbeterd worden door de mais enkele uren voor het voeren in te weken. Het nat maken van de mais geeft een betere benutting. Door het vocht wordt de pit natter en zachter. Het zachter worden van het zetmeel verbetert de voeropname. Daardoor stijgt de totale benutting van de mais. Maar let op: u kunt mais pas gaan inweken wanneer die volledig vrij van broei is.

Inzicht
Plan daarom goed vooruit wanneer u de nieuwe mais gaat voeren. Bepaal welk type mais het is en pas hier het rantsoen op aan. Mocht u nog geen uitslag hebben van de voedingswaarde van de kuil, dan is het wijs een monster te laten onderzoeken met de NIR. Zo krijgt u snel inzicht in de kwaliteit van de mais.

Overige actualiteiten