Van oudsher zijn we gewend om drijfmest en kunstmest over het seizoen te verdelen. De afgelopen jaren is hier veel praktijkonderzoek naar gedaan. De uitkomst is duidelijk: tussen een piek in de voorjaarsbemesting en het spreiden van meststoffen over het seizoen zit geen verschil in opbrengst. Het verschil zit ergens anders.
Het verschil zit in kwaliteit van het geoogste ruwvoer
Wie in het voorjaar bewust piekt met drijfmest en stikstof, haalt in de eerste snedes doorgaans een hogere voederwaarde en hogere eiwitgehalten dan bij gespreide bemesting of weinig bemesting. Je haalt dus meer kwaliteit van hetzelfde land. Het nadeel is dat de najaarssnedes relatief minder tonnen geven. Dat vraagt om strak beheer: tijdig maaien blijft cruciaal, ook als er minder gewas staat. Wacht je langer dan vier weken, dan keldert de kwaliteit snel.
Later in het seizoen kan het gras vaak met minder aanvullende stikstof vooruit. Dat komt doordat stikstof uit de bodem vrijkomt, vooral op percelen met een hoog organische-stofgehalte. Deze mineralisatie komt met name in de tweede helft van het groeiseizoen op gang. Daarom is het logisch om beschikbare stikstof vooral vroeg te benutten: voorjaarssturing betaalt zich uit in kwaliteit. De verschillen in resultaat zie je terug in de grafieken onder dit artikel.
Klaver als extra stikstofbron
Ook klaver biedt kansen. Klaver kan stikstof uit de lucht binden en via de wortels beschikbaar maken in de zode. Niet voor niets wordt het steeds vaker ingezaaid. Klaver vraagt wel om de juiste omstandigheden (pH, structuur, vocht en beheer). En als klaver het goed naar z’n zin heeft, kan het dominant worden. Sturing is dan nodig.
Opvallend is dat klaver juist minder houdt van hoge stikstofgiften. Extra stikstof is daarmee één van de weinige manieren om klaver ook in toom te houden. Daarnaast komt de stikstoflevering vanuit klaver in de praktijk vaak vooral in de tweede helft van het seizoen op gang. Dat versterkt dezelfde lijn: in het voorjaar heb je eerder ondersteuning nodig vanuit drijfmest/kunstmest, later kan er meer uit bodem en klaver komen.
Vergeet fosfaat en kali niet
Als je weinig tot geen drijfmest meer inzet in de tweede helft van het seizoen, moet je wél blijven sturen op fosfaat en kalium. Gras (en klaver) heeft die mineralen nodig voor wortelontwikkeling, hergroei en een goede benutting van stikstof. Valt drijfmest later weg, dan vallen fosfaat en kali deels weg uit je bemestingsplan. Dan is gerichte aanvulling nodig om groei, zodevastheid en kwaliteit op peil te houden.
Met minder drijfmest wordt bemesten dus geen kwestie van méér, maar van slim inzetten op het juiste moment: stikstof waar het rendement het hoogst is (voorjaar/kwaliteit) en mineralen bijsturen om het grasland het hele seizoen in balans te houden.